Gretel Van den Broek | ©Filip Van RoeGretel Van den Broek, auteur en schrijfdocente, ging de weg van journalistiek, over literaire non-fictie naar literatuur.

Schrijven hoort er bij sinds Gretel Van den Broek (‘64) een pen leerde vasthouden. Gedichten, verhalen, dagboeken en reisverslagen blijven vooral binnenskamers.
Met de diploma’s orthopedagogiek en godsdienstwetenschappen komt Gretel Van den Broek aanvankelijk in de sociale sector en het onderwijs terecht.

Vanaf 1997 verschijnen teksten van haar hand in het toenmalige tijdschrift De Vijgenboom, een dochterblad van het grotere Wereldwijd (een derdewereldblad dat later in MO˟ zou opgaan). In 1999 pikt de krant De Standaard haar op, vooral voor de weekendbijlages. Ecologische en sociale onderwerpen gaan haar het beste af. Reisverhalen zijn een welkome afwisseling.

In 2000 selecteert De Persgroep vijf beloftevolle pennen uit 600 kandidaten. Gretel Van den Broek is één van hen. Een jaar lang mogen ze, onder contract en betaald, op de werkvloeren van de verschillende redacties genieten van opleiding en ervaring rond journalistiek, redactiewerk en management. Gretel Van den Broek werkt mee op de redactie van De Morgen (Binnenland en weekendbijlages/samenleving), Telefacts en de VTM-nieuwsdienst, de redactie van Genieten en Goed Gevoel. Tijdens buitenlandse stages doet ze ervaring op rond krant (Journalistiek Utrecht), magazines (Ecole Superieure de Journalisme Paris) en radio en tv (BBC London).

Gretel Van den Broek werkt ondertussen aan haar eerste boek, Leven zonder Lief, waarvoor ze ook een werkbeurs ontvangt van het Fonds Pascal Decroos voor onderzoeksjournalistiek. Het boek katapulteert haar meteen naar de toplijsten. Radio, tv, kranten en magazines interviewen haar.

Vanaf herfst 2001 maakt Gretel Van den Broek jarenlang De verloren Zoon, een wekelijks full quote interview met denkers allerhande over de grote levensvragen. Ook voor de bladen van Roularta (vooral Weekend Knack en Bodytalk) schrijft ze veelvuldig over zingeving, maatschappij en psychologie. Voor De Standaard der Letteren interviewt ze haar grote literaire voorbeelden. Zelf meer schrijven blijft haar droom.

Er volgt een lijst boeken.
Eerst moesten wij ons wassen (Van Halewyck, 2002) over pedofilie,
De Verloren Zoon (Pelckmans, 2005), een bundeling van haar interviews over de zin van het leven,
Weg van Iran (Vrijdag, 2010), het verhaal van een vluchtelinge, en portret van Iran,
Een bed voor de dood (Van Halewyck, 2012), over haar meeleven op palliatieve afdeling,
Verplegen, over de drempel heen (Epo, 2014), waarin een groot aantal verhalen over thuiszorg van haar hand.

Al die tijd werkt ze ook als schrijfdocent (Journalistiek Arteveldehogeschool Gent, Academie Lennik, Academie Lier).

Haar non-fictiewerk kiest hoe langer hoe meer de literaire taal.
In maart 2015 verschijnt haar eerste roman, Drie dokters (Houtekiet 2015).